Pseudo eindheffing 2026 en 2027
Uitleg over pseudo-eindheffing, bijtelling, de youngtimerregeling en grijs kenteken. Aparte secties voor eenmanszaak, VOF en BV/DGA.
Wat is pseudo eindheffing?
Waar gaat het over?
Pseudo-eindheffing is een heffing voor de werkgever (inhoudingsplichtige). Ze hangt samen met een auto die de werkgever aan een werknemer ter beschikking stelt, ook voor privédoeleinden.
In de praktijk raakt dit vooral de BV met een dga of een gewone werkgever-werknemerrelatie. Een ib-ondernemer is voor zijn eigen auto meestal geen werknemer van zichzelf.
Wat verandert er in 2027?
Volgens de wetgeving per 1 januari 2027 komt er in de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel 32bc) een extra heffing van 12 procent voor fossiele personenauto’s die ook privé ter beschikking staan.
Het gaat om benzine, diesel en hybride. Volledig emissievrije auto’s vallen hier in beginsel buiten. De heffing komt voor rekening van de werkgever.
Geen terbeschikkingstelling
Rijd je een privéauto en declareer je zakelijke kilometers, dan is er geen terbeschikkingstelling door een werkgever. Dan valt de auto meestal buiten dit regime.
Hetzelfde geldt in veel gevallen voor de eigen auto van een eenmanszaak of VOF-vennoot. Zie Eenmanszaak en VOF.
Dit jaar: nog geen 12 procent
In 2026 geldt de extra werkgeversheffing van artikel 32bc nog niet. Bijtelling, youngtimerregeling en etikettering lopen wel gewoon door.
2026 is wél het jaar waarin veel werkgevers beslissen of een fossiele auto van de zaak vóór 1 januari 2027 ter beschikking wordt gesteld, vanwege het overgangsrecht.
12 procent extra, volgens de wet
Volgens de wetgeving per 1 januari 2027 bedraagt de extra heffing 12 procent per jaar. Voor auto’s tot en met 25 jaar is de grondslag in de regel de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor auto’s ouder dan 25 jaar is dat de waarde in het economische verkeer.
Voor deze heffing telt woon-werkverkeer als privégebruik. De bekende grens van 500 privékilometers uit de bijtelling geldt hier niet hetzelfde. Alleen aantoonbaar géén privé- én woon-werkkilometers kan de heffing buiten beeld houden.
Bijtelling
Wat is bijtelling?
Bijtelling is de fiscale correctie als een auto van de zaak ook privé wordt gebruikt. Het privégebruik is een voordeel, dus er wordt een bedrag bij het inkomen geteld.
Bij een werknemer of dga gebeurt dat in de loonbelasting. Bij een ib-ondernemer (eenmanszaak of vennoot) gebeurt een vergelijkbare correctie in de winstsfeer, niet als loon.
Wanneer is privégebruik relevant?
Voor de bijtelling is de klassieke grens 500 kilometer privé per jaar. Woon-werkverkeer telt voor de bijtelling in beginsel niet als privé. Onder die grens moet je onderbouwing sluitend zijn: rittenregistratie of een andere bewijsroute.
Zonder goede onderbouwing gaat de fiscus uit van privégebruik. “Ik rij bijna nooit privé” is geen bewijs.
RDW-overschrijven is geen fiscale truc
Het kenteken op een andere naam zetten is administratief relevant, maar het verandert de fiscale werkelijkheid niet vanzelf. De Belastingdienst kijkt naar eigendom, wie de auto feitelijk gebruikt, wie de kosten draagt en hoe de auto is gewaardeerd.
Een auto “even overschrijven” zonder dat gebruik, etikettering of terbeschikkingstelling meeverhuizen, lost meestal niets op.
Twee gangbare routes
- Zakelijke auto met privégebruik: bijtelling of winstcorrectie, en vanaf 2027 mogelijk extra werkgeversheffing als er een werkgever-werknemerrelatie is.
- Privéauto met zakelijke kilometers: je houdt de auto privé en brengt zakelijke kilometers in rekening of in aftrek, tot de wettelijke onbelaste kilometervergoeding.
De tweede route is administratief vaak eenvoudiger. De eerste route kan voordeliger zijn, maar vraagt meer vastlegging.
Youngtimerregeling
Wat is een youngtimer?
Bij een oudere auto wordt de bijtelling (of de winstcorrectie) berekend over de waarde in het economische verkeer, niet over de oude catalogusprijs. Het percentage is hoger, maar de grondslag kan lager zijn.
Tot en met 2025 gold de youngtimergrens vanaf 15 jaar. In 2026 is dat 16 jaar. Volgens de wetgeving per 1 januari 2027 schuift de grens naar 25 jaar. Auto’s van 16 tot en met 24 jaar vallen dan terug op de gewone bijtelling over de cataloguswaarde.
Onderhoud en gebruik
Veel ondernemers rekenen alleen de belasting door en vergeten onderhoud, uitval, banden, brandstof en verzekering. Een ogenschijnlijk fiscaal voordeel kan verdwijnen in hogere exploitatiekosten.
Reken daarom met totale kosten: aanschaf of restwaarde, onderhoudsrisico, jaarkilometers, type onderneming en hoe lang je de auto wilt houden.
Youngtimer in de eenmanszaak
Ook in de eenmanszaak bestaat een youngtimerachtige correctie in de winst. Dat is iets anders dan de auto “naar privé halen”. Onttrekken naar privé is een aparte stap, tegen marktwaarde, en is niet gratis.
Voor de extra 12 procent-heffing van artikel 32bc is de eigen auto van de ib-ondernemer meestal niet relevant. Zie Eenmanszaak.
Grijs kenteken en bestelauto
Waar gaat het mis?
Grijs kenteken is niet automatisch fiscaal gunstig. Het hangt af van de voertuigcategorie, de feitelijke inrichting, het gebruik, of je ondernemer bent voor de bpm of mrb, en of er privégebruik is.
De extra werkgeversheffing van artikel 32bc is in de toelichting gericht op personenauto’s, niet op bestelauto’s in de zin van de bpm. Een bestelauto die feitelijk als personenauto wordt gebruikt of omgebouwd, kan wél in een andere categorie terechtkomen.
Ombouw en “achterbank plaatsen”
Een achterbank, bijrijdersstoel of andere inrichting kan de voertuigcategorie en de heffingen veranderen. De RDW-inschrijving, de bpm-status en het feitelijke gebruik moeten bij elkaar passen.
“Geen privégebruik” bij een bestelauto kent strikte voorwaarden: schriftelijk verbod, toezicht en een passende sanctie, of een sluitende onderbouwing. Dat is een risicogebied, geen truc.
Eenmanszaak
Ondernemingsvermogen of privévermogen
Bij een eenmanszaak bestaat er geen scheiding zoals bij een BV. Jij en de onderneming zijn fiscaal dezelfde persoon. Elk vermogensbestanddeel, dus ook de auto, krijgt een etiket: ondernemingsvermogen of privévermogen.
Die keuze is niet vrij. Wordt de auto nagenoeg uitsluitend zakelijk gebruikt, dan hoort hij in het ondernemingsvermogen. Is het gebruik nagenoeg uitsluitend privé, dan hoort hij in privé. Bij gemengd gebruik is er vaak een keuze, maar die keuze is in beginsel duurzaam. Je kunt niet elk jaar van etiket wisselen omdat het dit jaar beter uitkomt.
Het etiket volgt de feiten: wie rijdt, waar staat de auto, hoe wordt hij verzekerd, hoe worden de kosten betaald. Een factuur “op de zaak” zonder zakelijk gebruik maakt van een privéauto nog geen ondernemingsvermogen.
Auto in de zaak
Staat de auto op de balans, dan komen aanschaf (via afschrijving), onderhoud, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof ten laste van de winst. Daar staat een correctie voor privégebruik tegenover.
Die correctie lijkt op bijtelling, maar het is geen loon. Het is een onttrekking of forfaitaire winstcorrectie. De percentages en de 500-kilometergrens liggen in de buurt van de loonbelasting, de juridische basis is de inkomstenbelasting.
Administratief is dit zwaarder: km-stand, onderhoudsbonnen, en bij “geen privégebruik” een rittenadministratie die standhoudt.
Privéauto en kilometervergoeding
Houd je de auto privé, dan blijven aanschaf en onderhoud privé. Voor zakelijke kilometers mag je kosten ten laste van de winst brengen, in de praktijk vaak tot de wettelijke onbelaste kilometervergoeding. In 2026 is dat € 0,25 per kilometer.
Je houdt een rittenstaat of agenda bij van zakelijke kilometers, niet van elke privékilometer. Woon-werk kan hier anders liggen dan bij een werknemer: voor de ib-ondernemer is de rit naar de werkplek vaak privé, tenzij de werkplek elders is.
Geen etiketdiscussie, geen onttrekking privégebruik, en geen extra werkgeversheffing over je eigen auto.
Youngtimer in de eenmanszaak
Een oudere auto in de zaak kan fiscaal meevallen als de dagwaarde laag is. Dezelfde leeftijdsverschuiving als bij werknemers is relevant: 16 jaar in 2026, 25 jaar vanaf 2027.
Check voor aankoop: dagwaarde, onderhoudshistorie, verwachte reparaties, verzekering en hoeveel je privé rijdt. Een lage forfaitaire correctie helpt niet als de versnellingsbak eruit ligt.
Zet de auto in de zaak, dan is hij ondernemingsvermogen. Later “gewoon naar privé” is dan geen vrije keuze meer.
“Naar privé halen” is niet gratis
Onttrekking van een auto uit het ondernemingsvermogen is een fiscale transactie. De auto gaat tegen de waarde in het economische verkeer naar privé. Is die waarde hoger dan de boekwaarde, dan ontstaat winst. Is hij lager, dan kan er verlies zijn, maar dat moet reëel zijn.
Daarnaast kan btw spelen: herziening of een correctie privégebruik, afhankelijk van hoe de auto is aangeschaft en of destijds btw is afgetrokken. RDW-overschrijven naar je privénaam is daarbij het sluitstuk, niet de kern.
Een onttrekking alleen om bijtelling of youngtimerregels te ontlopen, zonder dat gebruik en eigendom meeverhuizen, houdt zelden stand.
Wanneer de extra heffing bij een eenmanszaak meestal níet geldt
Artikel 32bc Wet LB is loonbelasting. Er moet een inhoudingsplichtige zijn die een auto ter beschikking stelt aan een werknemer. Jij bent als eigenaar van een eenmanszaak geen werknemer van jezelf. Er is geen terbeschikkingstelling zoals bij een BV en een dga.
Voor de auto die jij zelf rijdt, als ondernemingsvermogen of als privéauto, is de extra heffing van 12 procent volgens de wetgeving per 1 januari 2027 daarom in de regel niet aan de orde. Je blijft wél te maken houden met etikettering, winstcorrectie privégebruik of kilometeraftrek.
Dat verandert als de eenmanszaak personeel heeft. Stel je vanaf 2027 een fossiele personenauto ter beschikking aan een werknemer, ook voor privé of woon-werk, dan kun je als werkgever wél in het regime vallen. De uitzondering geldt voor jouw eigen auto, niet automatisch voor de auto van een medewerker.
VOF
Etikettering per vennoot, auto van de samenwerking
Een VOF is civiel een samenwerking. Fiscaal wordt de winst per vennoot in de inkomstenbelasting betrokken. Elke vennoot is ib-ondernemer voor zijn aandeel. Vermogen dat tot de VOF behoort, is ondernemingsvermogen van de samenwerking. Privévermogen van een vennoot blijft van die vennoot.
Voor auto’s betekent dat: eerst bepalen of de auto tot het VOF-vermogen hoort of tot het privévermogen van één vennoot. Die vraag beantwoord je met dezelfde etiketteringregels als bij de eenmanszaak, toegepast op de VOF en op elke vennoot apart.
Staat de auto op de VOF-balans, dan volgen kosten en privégebruik de winst van de VOF. Die winst wordt daarna via de winstverdeling aan de vennoten toegerekend. Een vennoot “zijn eigen auto uit de VOF trekken” is dan een onttrekking uit het gemeenschappelijke ondernemingsvermogen, niet een privébesluit van één persoon.
Auto van de VOF
Koopt de VOF de auto, dan is dat ondernemingsvermogen. Afschrijving, onderhoud en brandstof lopen via de VOF. Privégebruik door een vennoot is een winstcorrectie, geen loon. De correctie verlaagt of herverdeelt de winst die de vennoten delen.
Spreek intern af wie de auto mag gebruiken, hoe privékilometers worden bijgehouden en of dat in de winstverdeling wordt verrekend. Fiscaal verdwijnt het privégebruik niet doordat “het de auto van de zaak is”.
Onttrekking naar privé van één vennoot gaat tegen marktwaarde. De andere vennoot heeft daar belang bij: de auto is van de samenwerking, niet van de gebruiker alleen.
Privéauto van één vennoot
Rijdt één vennoot in een eigen auto, dan blijft die auto privé van die vennoot. Zakelijke kilometers voor de VOF kunnen in de winstsfeer landen: via een vergoeding uit de VOF of via aftrek bij die vennoot, binnen de regels voor kilometerkosten.
Zet die privéauto niet stiekem op de VOF-verzekering of op de VOF-naam bij de RDW “omdat het zo handig is”. Dan vermeng je etikettering, aansprakelijkheid en bewijs, en ontstaat juist de discussie die je wilt vermijden.
De andere vennoot heeft geen bijtelling over de privéauto van zijn compagnon. Wel kan een ruime onkostenvergoeding uit de VOF intern scheef lopen als die niet zakelijk is.
Winstaandeel is geen loon
Vennoten van een VOF staan in beginsel niet op de loonlijst van de VOF. Zij genieten winst uit onderneming, geen loon. Daardoor grijpen loonbelastingbijtelling en de extra heffing van artikel 32bc tussen VOF en vennoot meestal niet.
Dat is het grote verschil met de dga. De dga is wél werknemer van de BV. De VOF-vennoot is dat van de VOF in de regel niet. Een auto van de VOF is ondernemingsgebruik plus eventuele winstcorrectie, geen terbeschikkingstelling in de loonbelasting.
Uitzondering: een vennoot die wél in loondienst is, of een constructie waarbij een BV vennoot is en de auto via die BV loopt. Dat is een ander dossier. Laat je accountant dan meekijken.
Wat wél of niet op terbeschikkingstelling lijkt
Terbeschikkingstelling in de zin van de loonbelasting vraagt een werkgever die een auto aan een werknemer geeft. Tussen VOF en vennoot ontbreekt die relatie meestal. Het gebruik van de VOF-auto door een vennoot is daardoor in de regel geen loonbelasting-terbeschikkingstelling.
Het kán wél op terbeschikkingstelling lijken als de VOF een auto aan een medewerker geeft, of als een vennoot de auto min of meer als privéauto gebruikt terwijl de VOF alle kosten draagt zonder winstcorrectie. Dat laatste is geen “loontruc”, het is een onvolledige winstbepaling.
Een andere valkuil: de auto staat privé van vennoot A, maar vennoot B rijdt er privé in en de VOF betaalt alles. Dan is de etikettering vies. Ruim dat feitelijk op, niet alleen op papier.
Eigen auto van de vennoot versus auto voor personeel
Voor de auto die een vennoot zelf rijdt, geldt hetzelfde als bij de eenmanszaak: de extra 12 procent volgens de wetgeving per 1 januari 2027 is loonbelasting en treft de vennoot in beginsel niet. Er is geen werkgever-werknemerrelatie zoals bij BV en dga.
Heeft de VOF personeel en stelt zij een fossiele personenauto ter beschikking, ook voor privé of woon-werk, dan kan de VOF als werkgever wél in het regime vallen. Beoordeel de auto van de vennoot en de auto van de werknemer dus apart.
BV en DGA
Auto van de BV, dga rijdt
De BV is werkgever, de dga is werknemer. Staat de auto op de BV en mag de dga privé rijden, dan is er bijtelling. Volgens de wetgeving per 1 januari 2027 kan daar voor een fossiele personenauto de extra heffing van 12 procent bij de BV bijkomen.
Woon-werk telt voor die extra heffing als privé. Een rittenregistratie onder 500 privékilometers kan de bijtelling wegnemen, maar de extra heffing niet vanzelf, zolang er woon-werk is.
Auto van BV naar dga verkopen
Verkoop moet zakelijk en tegen marktwaarde. Te laag overnemen kan als voordeel of verkapt dividend worden gezien. Leg de waardebepaling vast, reken de boekwinst in de BV, en kijk naar btw als de BV de auto met btw-aftrek heeft gekocht.
Na een echte verkoop naar privé is er meestal geen bijtelling meer, en ook geen terbeschikkingstelling meer. Zakelijke kilometers declareer je daarna als privéauto. Een schijnverkoop lost niets op.
Midden in het jaar wisselen
Bijtelling werkt tijdsevenredig. Verkoop, inruil of onttrekking halverwege het jaar geeft een evenredig deel. De extra heffing vanaf 2027 wordt in de toelichting per maand benaderd: een deel van de maand kan als volle maand tellen.
Plan een wissel dus niet alleen op cataloguswaarde, maar ook op de datum waarop de terbeschikkingstelling stopt of start.
Youngtimer in de BV
Een youngtimer in de BV kan de bijtelling drukken via de dagwaarde. Vanaf 2027 telt de youngtimergrens van 25 jaar ook door in de grondslag van de extra heffing: jonger is 12 procent over catalogus, ouder is 12 procent over dagwaarde.
Checklist: dagwaarde, onderhoudsrisico, jaarkilometers, hoe lang de auto in de BV blijft, en of de auto vóór 2027 al ter beschikking stond.
Bestelauto, verklaring en privégebruik
“Geen privégebruik” bij een bestelauto is streng: schriftelijk verbod, toezicht en sanctie, of sluitende bewijsvoering. Haalt dat niet, dan volgt bijtelling.
Bouw je de bestelauto om tot personenauto, dan kunnen bpm, mrb en de extra heffing in beeld komen. Beoordeel de auto zoals hij feitelijk is, niet zoals het kenteken ooit was.
Verkopen en terugkopen
Auto uit de BV verkopen en kort daarna terugleasen of terugkopen, alleen om de peildatum van 1 januari 2027 te halen, kan als schijnhandeling worden gezien.
Overgangsrecht knoopt aan bij een echte terbeschikkingstelling. Papier zonder gebruik, of een rondje via privé zonder dat de dga de auto werkelijk overneemt, is een hoog risico. Doe dit niet zonder je accountant.
Zakelijk of privé: de keuze op een rij
Zakelijke auto met privégebruik
Alle kosten in de onderneming, plus een forfaitaire correctie voor privé. Bij BV/dga: bijtelling en vanaf 2027 mogelijk 12 procent extra bij de werkgever. Bij eenmanszaak/VOF: winstcorrectie, in de regel geen extra loonheffing over je eigen auto.
Dit vraagt vastlegging van de auto, etiket of terbeschikkingstelling, en bij “geen privé” een rittenadministratie.
Privéauto, zakelijke kilometers declareren
De auto blijft privé. Zakelijke kilometers gaan tot de wettelijke onbelaste vergoeding. Geen bijtelling, geen onttrekking privégebruik, geen extra werkgeversheffing over die auto.
Minder kostenaftrek, minder vastlegging. Voor ib-ondernemers is dat vaak de eenvoudigere administratie.